Practices
De methode bestaat uit zeven samenhangende practices.
Enterprise architectuur
Richt, kies en bouw de enterprise-architectuurkaders: drivers, richting, paved road en transitie.
Stakeholderanalyse
Brengt in beeld wie door een verandering wordt geraakt, wat hun rol, belang, invloed en houding is, en legt vast hoe met elk van hen wordt samengewerkt en gecommuniceerd.
Use cases
Maakt zichtbaar wie het systeem gebruikt en waarvoor, en werkt dat uit tot gespecificeerde use cases met de aanvullende eisen die voor alle use cases gelden.
Solution architectuur
Richt, kies, bewijs en plan de minimale architectuurkeuzes voor een specifieke solution — van high-level design (inclusief migratiestrategie), via architectuurbepalende eisen en low-level design, tot ondersteuning van de implementatie en conformance na oplevering.
Architectuursturing
Richt de sturing in — inclusief de cadans van het Architectuurforum —, laat de levering ongehinderd doorstromen binnen guardrails, toetst conformance met bewijs en stelt de governance bij — het minimale, cyclische geheel dat architectuurkwaliteit bewaakt zonder de gates uit de Project levenscyclus te dupliceren.
Veranderfasering
Het ritme waarmee de onderneming een verandering onder architectuur doorvoert — een combinatie van TOGAF's ADM-fasering, Kotters achtstappenmodel en Prosci's ADKAR-model: Visie & strategie, Ontwerpen, Realiseren en Verankeren, met Adopteren & valideren als continu, centraal element.
Projectfasering
De projectfases bestaan uit zes fasen, gescheiden door vier beslismomenten (gates). Elke gate markeert een gecontroleerde overgang naar de volgende fase: van initiatief en eisen, via ontwerp, realisatie en validatie, tot een stabiele en beheerde oplossing. De gates zijn risicogestuurd: projecten die binnen de architectuurkaders (guardrails) blijven, stromen grotendeels automatisch door. Alleen afwijkingen of uitzonderingen worden expliciet beoordeeld, waardoor architectuursturing en projectgovernance elkaar op de juiste momenten versterken.